ECLI:NL:RBZWB:2023:3762

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 mei 2023
Publicatiedatum
31 mei 2023
Zaaknummer
C/02/407389 FA RK 23-1219
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Bosters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing van verzoeken tot provisionele voorzieningen inzake omgang en onderhoud kinderen

Partijen, een man en een vrouw die een relatie hebben gehad en samen twee minderjarige kinderen hebben, hebben voorlopige voorzieningen gevraagd over omgang, informatieregeling en onderhoudsbijdrage. De man verzocht onder meer om een omgangsregeling en een onderhoudsbijdrage van €46 per maand per kind, terwijl de vrouw een hogere bijdrage van €100 per maand per kind eiste.

De verzoeken werden behandeld in een mondelinge zitting op 3 mei 2023, waarbij ook een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig was. Tijdens deze zitting hebben partijen hun verzoeken tot provisionele voorzieningen ingetrokken, mede vanwege voorlopige afspraken en te nemen beslissingen in de hoofdzaak die nog loopt.

De rechtbank oordeelde dat door de intrekking van de verzoeken de gronden niet meer onderzocht konden worden en wees daarom de verzoeken af. De beschikking werd uitgesproken door rechter Bosters en griffier Deveneijns op 17 mei 2023. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken tot het treffen van provisionele voorzieningen af wegens intrekking door partijen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/407389 FA RK 23-1219
Datum uitspraak: 17 mei 2023
beschikking betreffende provisionele voorziening ex artikel 223 Rv Pro
in de zaak van
[de man01],
wonende te [woonplaats01] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M.T.E. Kranenburg,
en
[de vrouw01],
wonende te [woonplaats01] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. L.E. Swart.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 14 maart 2023 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 3 april 2023 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;
- de brief van mr. Kranenburg van 24 april 2023 met bijlagen.
1.2. Bij verzoekschrift, ontvangen op 14 maart 2023, is de hoofdzaak aanhangig gemaakt, welke procedure bij de rechtbank geregistreerd staat onder kenmerk C/02/407452 FA RK 23-1247. In de hoofdzaak liggen verzoeken betreffende gezag, omgangsregeling, informatieregeling en levensonderhoud ter beoordeling voor.
1.3. Zowel de onderhavige zaak, als de hoofdzaak zijn behandeld op de mondelinge behandeling van 3 mei 2023. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen de raad.

2.De feiten

2.1.
Blijkens de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen hebben een relatie met elkaar gehad;
- uit hun relatie zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:
1. [minderjarige01] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2020,
2. [minderjarige02] , geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum02] 2021.
Genoemde kinderen zijn door de man erkend. De vrouw is belast met het ouderlijk gezag over die kinderen;
- er is geen rechterlijke uitspraak van kracht ter zake de omgang;
- er is geen rechterlijke uitspraak van kracht op grond waarvan de man een onderhoudsbijdrage ten behoeve van de kinderen aan de vrouw moet voldoen.

3.De verzoeken

3.1.
De man verzoekt bij wege van voorlopige voorziening ex artikel 223 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), in afwachting van de beslissing in de hoofdzaak,
- vaststelling van een omgangsregeling;
- partijen te verwijzen naar het Uniform Hulpaanbod (UHA) voor een ouderschapsbemiddelingstraject;
- vaststelling van een informatieregeling;
- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de kinderen van € 46,= per maand per kind.
3.2.
De vrouw verzoekt bij wege van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro, in afwachting van de beslissing in de hoofdzaak,
- vaststelling van een omgangsregeling;
- vaststelling van een door de man aan de vrouw te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de kinderen van € 100,= per maand per kind.

4.De beoordeling

4.1.
Partijen hebben op de mondelinge behandeling hun verzoeken tot provisionele voorzieningen ingetrokken, mede gelet op de gemaakte (voorlopige) afspraken c.q. te nemen beslissingen in de procedure in de hoofdzaak. Nu de verzoeken in zijn geheel zijn ingetrokken, kunnen de gronden van de verzoeken niet meer worden onderzocht, om welke reden de verzochte provisionele voorzieningen worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank
wijst de verzoeken tot het treffen van provisionele voorzieningen af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Bosters, en, in tegenwoordigheid van mr. Deveneijns, griffier, in het openbaar uitgesproken op
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.