Uitspraak
1.De procedure
- de reactie van [gedaagde01] , genaamd de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek van WonenBreburg
- de conclusie van dupliek van [gedaagde01] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
WonenBreburg vordert betaling van een huurachterstand en kosten voor schoonmaak en afvoer van de vloer van een gehuurde woning, nadat de huurovereenkomst met [gedaagde01] per 3 maart 2022 is geëindigd. De borgsom is verrekend met de openstaande huurachterstand.
[gedaagde01] voert verweer met persoonlijke omstandigheden, gebrek aan hulpverlening en het ontbreken van inkomen, maar erkent deels de betalingsverplichting. WonenBreburg stelt dat zij coulant is geweest en hulpverlening heeft geboden, maar dat afspraken niet zijn nagekomen.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering terecht is, de borg mag worden verrekend, en dat wettelijke rente en incassokosten verschuldigd zijn. De persoonlijke omstandigheden van [gedaagde01] leiden niet tot kwijtschelding. De kantonrechter veroordeelt [gedaagde01] tot betaling van € 996,83 plus wettelijke rente en proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde01] tot betaling van € 996,83 plus wettelijke rente en proceskosten.