ECLI:NL:RBZWB:2023:3787
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging buitenbehandelingsbesluit bijzondere bijstand wegens onvoldoende motivering
Eiser heeft op 6 mei 2021 een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor kosten van bewindvoering. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet tijdig de gevraagde inkomensspecificaties had aangeleverd, conform artikel 4:5 Awb Pro. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de bewindvoerder voldoende gelegenheid had gekregen om de stukken in te leveren.
De rechtbank constateert dat het college kort voor de zitting alsnog aan eiser heeft aangeboden de gevraagde gegevens aan te leveren, maar dit aanbod was niet aan de rechtbank gemeld. Gezien dit aanbod heeft de rechtbank geoordeeld dat het college niet in redelijkheid gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 4:5 Awb Pro. Het college krijgt zes weken de tijd om het gebrek te herstellen en wordt verplicht dit binnen die termijn te doen of binnen twee weken te melden dat het hiervan afziet. De rechtbank zal daarna zonder nieuwe zitting een einduitspraak doen. De beslissing over griffierecht en proceskosten wordt aangehouden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college krijgt zes weken om het gebrek te herstellen.