Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 30 mei 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd omdat hij naar oordeel van het UWV in staat is het werk te verrichten dat hij deed voordat hij ziek werd. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen deze weigering en concludeert dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiser per 9 juni 2021 arbeidsgeschikt is.
De medische beoordeling is gebaseerd op rapporten van een primaire arts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, die hebben vastgesteld dat eiser ondanks psychische klachten en knieklachten in staat is zijn werk uit te voeren, met beperkingen zoals geen nacht- en ploegendiensten. De rechtbank acht het medisch onderzoek zorgvuldig en ziet geen reden om het oordeel van het UWV te verwerpen.
Ook de arbeidsdeskundige van het UWV concludeert dat eiser geschikt is voor zijn maatgevende arbeid als productiemedewerker. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij door fysieke of werktijdbeperkingen niet geschikt zou zijn. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenvergoeding en griffierecht af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.