Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem per 25 oktober 2021 geen Ziektewetuitkering toe te kennen. Het UWV baseerde dit op medisch onderzoek waaruit bleek dat eiser geschikt is voor zijn eigen arbeid, ondanks psychische klachten en knieklachten die eiser aanvoert.
De rechtbank heeft het dossier en de medische rapportages van verzekeringsartsen en psychologen bestudeerd. De verzekeringsarts b&b concludeerde dat er geen toename van beperkingen was sinds de laatste beoordeling in mei 2021, en dat eiser geschikt is voor zijn maatgevende arbeid als productiemedewerker, met beperkingen voor nacht- en ploegendiensten. Eiser stelde dat hij wel beperkingen heeft voor lopen en dragen door knieklachten en dat werken in ploegendiensten deel uitmaakte van zijn werk.
De rechtbank oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van eiser niet zodanig zijn toegenomen dat hij ongeschikt is voor zijn eigen arbeid. Ook is onvoldoende gebleken dat ploegendiensten onderdeel waren van zijn reguliere werkzaamheden. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en krijgt eiser geen proceskostenvergoeding.