De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 1 juni 2023 het verzoek van de Raad om twee minderjarigen onder toezicht te stellen vanwege ernstige bedreiging in hun ontwikkeling door een langdurige echtscheidingsstrijd en verstoorde ouderrelaties.
De minderjarigen wonen bij hun vader, die het verzoek afwees omdat hij meent dat de situatie beter is zonder gedwongen hulpverlening. De moeder en de Raad steunden het verzoek vanwege het ontbreken van contact tussen moeder en kinderen en de spanningen die dit veroorzaakt.
De kinderrechter concludeerde dat hoewel de minderjarigen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd, de huidige vrijwillige hulpverlening binnenkort start en er geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is voor ondertoezichtstelling. Hierdoor is niet de gerechtvaardigde verwachting aanwezig dat ondertoezichtstelling en gedwongen hulpverlening de situatie zullen verbeteren.
De rechtbank achtte het daarom niet in het belang van de minderjarigen om het verzoek toe te wijzen en wees het af. Het verzoek tot wijziging van de zorgverdeling blijft pro forma aangehouden in afwachting van het verloop van de vrijwillige hulpverlening.