Uitspraak
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
“Ik praat wel met de jongens morgen en laat het jou wel weten. (…)”;
“(…) In 1989 was de erfgrens helder en ook de bouwtekeningen laten daar geen enkel misverstand over. In goed onderling overleg is toen afgezien van een schutting maar is gekozen voor een strook van 1-2 meter van losstaande bomen en struiken. Een enkel boom stond op de erfgrens. Later overleed de man van mw [eiseres in conventie01] en werd er in 2007 plots een schutting geplaatst, hiervoor moesten een paar bomen op de erfgrens wijken. De manier waarop dit heeft plaatsgevonden heeft discussie opgeleverd. Uiteindelijk is de schutting, er na een juridische procedure gekomen, waarschijnlijk redelijk op de erfgrens. De rechter is aanwezig geweest om de situatie te beoordelen en we zijn tot een vergelijk gekomen, dat er een schutting kwam. Het kadaster is bij de plaatsing ervan niet geraadpleegd doch de erfgrens is gehanteerd aan de hand van de aanwezige piketpalen. Omstreeks 2020 heeft mevr. [eiseres in conventie01] haar oude tuinhuis afgebroken, wederom zonder overleg en een nieuw geplaatst. Dit is tijdens onze afwezigheid gebeurd en is gedeeltelijk op ons perceel geplaatst maar dat hebben wij toen niet geconstateerd vanwege de bestaande begroeiing ter plaatse en is de schutting hierop aan de buitenkant aangesloten. (…)”;