ECLI:NL:RBZWB:2023:3821

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 mei 2023
Publicatiedatum
2 juni 2023
Zaaknummer
C02/407686/KG ZA 23-128 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Van der Weide
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.4 algemene voorwaardenArt. 10.8 algemene voorwaardenArt. 117 RvArt. 53 Vo 1215/2012 EUArt. 60 Vo 1215/2012 EU
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis in kort geding tot betaling en kostenveroordeling

In deze kort geding procedure vordert eiseres, een besloten vennootschap, betaling van een bedrag van €35.163,90 vermeerderd met contractuele rente en proceskosten van gedaagde, een vennootschap naar Slowaaks recht die niet is verschenen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de dagvaarding en de formele vereisten conform EU-verordening 2020/1784 zijn nageleefd, waardoor verstek wordt verleend.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering niet ongegrond of onrechtmatig is en wijst deze toe. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, vermeerderd met 1% rente per maand vanaf 28 maart 2023 tot volledige voldoening. Tevens wordt een certificaat afgegeven overeenkomstig artikel 53 van Pro verordening (EU) nr. 1215/2012.

Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiseres, begroot op €4.032,08, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf vijftien dagen na betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De uitspraak is mondeling gewezen en op 24 mei 2023 uitgesproken.

Uitkomst: Gedaagde wordt verstek veroordeeld tot betaling van €35.163,90 met rente en proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Locatie Breda
Cluster II Handelszaken
zaaknummer / rolnummer: C/02/ 407686 / KG ZA 23-128
Vonnis in kort geding van 24 mei 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[eiseres01] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats01] aan de [adres01] ,
e i s e r e s,
advocaat mr. B.J. Maes,
en
de vennootschap naar Slowaaks recht [gedaagde01] ,
gevestigd en kantoorhoudende te Slowakije aan de [adres02] ,
g e d a a g d e,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 3 april 2023 met producties,
  • de akte wijziging eis, met productie,
  • de mondelinge behandeling op 24 mei 2023,
  • de pleitnota van eiseres met productie.

2.IPR

2.1.
De voorzieningenrechter is op grond van artikel 9.4. van de algemene voorwaarden bevoegd. Op grond van artikel 10.8. van de algemene voorwaarden is Nederlands recht van toepassing.

3.Het geschil .

3.1.
Eiseres vordert als voorlopige voorziening, na vermindering van eis:
gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 35.163,90, al dan niet bij wijze van voorschot totdat daarover een einduitspraak in een eventuele bodemprocedure zal zijn gedaan, vermeerderd met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 28 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, zulks met bepaling dat de vordering binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis dient te zijn voldaan;
een certificaat af te geven in de zin van artikel 53 cq Pro artikel 60 van Pro de verordening (EU) nr. 1215/2012;
3. gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding.

4.De beoordeling.

4.1.
De wettelijke termijn voor dagvaarden is overeenkomstig het bepaalde in artikel 117 Rv Pro op mondelinge last van de voorzieningenrechter verkort. Bij de dagvaarding en blijkens de overgelegde documenten A, D en K op grond van de verordening EU 2020/1784 zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat verstek zal worden verleend.
4.2.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet ongegrond en onrechtmatig voor, zodat dit zal worden toegewezen
4.3.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van eiseres als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
116,08
- griffierecht
2.837,00
- salaris advocaat
1.079,00
- overige kosten
0,00
Totaal
4.032,08
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
verleent ten aanzien van gedaagde verstek,
5.2.
veroordeelt gedaagde om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan eiseres te betalen een bedrag van € 35.163,90 (zegge: vijfendertigduizendhonderddrieënzestigduizend euro en negentig eurocent), te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 28 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening,
5.3.
bepaalt dat het certificaat in de zin van artikel 53 Vo Pro 1215/2012 EU zal worden afgegeven,
5.4.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres gevallen en tot op heden begroot op € 4.032,08, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is mondeling gewezen door mr . Van der Weide, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in kort geding van 24 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.