Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 april 2023 met producties,
- de akte wijziging eis, met productie,
- de mondelinge behandeling op 24 mei 2023,
- de pleitnota van eiseres met productie.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kort geding procedure vordert eiseres, een besloten vennootschap, betaling van een bedrag van €35.163,90 vermeerderd met contractuele rente en proceskosten van gedaagde, een vennootschap naar Slowaaks recht die niet is verschenen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de dagvaarding en de formele vereisten conform EU-verordening 2020/1784 zijn nageleefd, waardoor verstek wordt verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering niet ongegrond of onrechtmatig is en wijst deze toe. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, vermeerderd met 1% rente per maand vanaf 28 maart 2023 tot volledige voldoening. Tevens wordt een certificaat afgegeven overeenkomstig artikel 53 van Pro verordening (EU) nr. 1215/2012.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiseres, begroot op €4.032,08, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf vijftien dagen na betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De uitspraak is mondeling gewezen en op 24 mei 2023 uitgesproken.
Uitkomst: Gedaagde wordt verstek veroordeeld tot betaling van €35.163,90 met rente en proceskosten.