ECLI:NL:RBZWB:2023:3827
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelpand en kantoorruimte in Tilburg
Belanghebbende was eigenaar van een winkelpand met opslag en kantoorruimte in Tilburg, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2020 was vastgesteld op €412.000. Na bezwaar werd deze waarde verlaagd naar €400.000. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was, mede omdat deze 30% hoger was dan in voorgaande jaren.
De rechtbank beoordeelde of de heffingsambtenaar de waarde terecht had vastgesteld. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met het eigen verkoopcijfer van het pand en een matrix met vergelijkbare woon-/winkelpanden, waarbij de huurwaarde en kapitalisatiefactor werden betrokken. De verkoop vond ruim een jaar na de waardepeildatum plaats en betrof ook een bovenwoning.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere waarderingen niet relevant zijn voor de huidige vaststelling en achtte de onderbouwing van de heffingsambtenaar voldoende. De waarde van €400.000 werd niet te hoog bevonden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €400.000 wordt ongegrond verklaard.