ECLI:NL:RBZWB:2023:3836
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op wijziging rechtspositie ambtenaar na functiewaarderingsonderzoek
Eiseres, werkzaam bij de afdeling middeladministratie loonheffingen van de Belastingdienst, stelde beroep in tegen het besluit van 7 januari 2021 waarin haar bezwaar tegen haar functiewaardering werd afgewezen. Verweerder handhaafde de inschaling op basis van een onderzoek naar de zwaarte van haar werkzaamheden in 2018, waarbij werd vastgesteld dat zij niet voldeed aan de voorwaarden voor een hogere groepsfunctie.
De rechtbank oordeelde dat de referteperiode van één jaar redelijk is en dat de werkzaamheden van eiseres niet voldeden aan de criteria voor een hogere functie, met name omdat zij geen werkzaamheden in fase 3 heeft verricht. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen sprake was van gelijke gevallen. Ook het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd niet ontvankelijk verklaard omdat het bestreden besluit tijdig was genomen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig en op juiste feiten is gebaseerd, en dat de motivering voldoet aan de wettelijke eisen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen niet tijdig beslissen niet ontvankelijk.