ECLI:NL:RBZWB:2023:3838
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht
Eiser maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering van zijn bijstandsuitkering over de periode van 1 december 2020 tot en met 30 april 2021. Het college had vastgesteld dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden door kasstortingen op zijn rekening niet te melden.
De rechtbank oordeelt dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat eiser te veel bijstand heeft ontvangen en de inlichtingenplicht heeft geschonden. Eiser erkende de stortingen, maar stelde dat het eigen geld betrof dat hij eerder had opgenomen of gespaard. De rechtbank vond dat eiser dit niet voldoende aannemelijk had gemaakt met objectief bewijs.
De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het de bruto terugvordering over december 2020 betreft en stelt deze terugvordering netto vast op €495. De totale terugvordering over de periode bedraagt €760 netto. Daarnaast veroordeelt de rechtbank het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de terugvordering over december 2020 wordt vastgesteld op €495 netto, met een totale terugvordering van €760 netto over de gehele periode.