ECLI:NL:RBZWB:2023:385
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 20 januari 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden een besluit genomen. Eiseres heeft de Belastingdienst op 6 januari 2022 in gebreke gesteld, welke ingebrekestelling op 11 januari 2022 is ontvangen. Na het verstrijken van de termijn van twee weken zonder besluit is het beroep ingesteld.
De rechtbank heeft verweerder verzocht stukken en een verweerschrift in te dienen, maar hieraan is geen gehoor gegeven. Op basis van de bekende stukken heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de Belastingdienst op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50, rekening houdend met de lichte aard van de zaak en de inzet van een gemachtigde.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.