Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV van 10 december 2020, waarin de herziening van het eerdere besluit van 27 juni 2013 werd geweigerd. Dit eerdere besluit betrof de weigering om aan eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen. De rechtbank heeft op 21 december 2022 een tussenuitspraak gedaan waarin een gebrek in het bestreden besluit werd vastgesteld en het UWV de gelegenheid kreeg dit te herstellen.
Het UWV heeft vervolgens een aanvullende motivering ingediend, gebaseerd op een rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van 20 januari 2023. Deze arts concludeerde dat er geen sprake was van een verslechtering van de gezondheidstoestand of toename van beperkingen binnen vijf jaar na het afronden van eiseres haar studie. Eiseres betwistte dit en stelde dat haar arbeidsvermogen duurzaam ontbrak.
De rechtbank oordeelt dat het UWV het gebrek in het besluit heeft hersteld, maar dat het oorspronkelijke besluit over de Amber-beoordeling vanwege een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek vernietigd moet worden. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel blijven echter in stand. Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter V.M. Schotanus en griffier H.D. Sebel op 5 juni 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.