ECLI:NL:RBZWB:2023:3857
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking beroep transitievergoeding
Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarin het recht op compensatie van een transitievergoeding op nul werd vastgesteld. Verweerder trok het bestreden besluit in en stelde het recht op compensatie vast op €49.490,87, inclusief een vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Naar aanleiding hiervan trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van aanvullende proceskosten. De rechtbank oordeelde dat verweerder reeds proceskosten had toegekend en dat de gevorderde verschotten onvoldoende waren onderbouwd en niet voor vergoeding in aanmerking kwamen.
De rechtbank wees het verzoek om aanvullende proceskostenvergoeding af en verwees verzoekster terug naar verweerder voor vergoeding van het griffierecht, waarmee verweerder reeds had ingestemd. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het verzoek om aanvullende proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat verweerder reeds proceskosten heeft toegekend en de gevraagde verschotten onvoldoende zijn onderbouwd.