ECLI:NL:RBZWB:2023:386
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op aanvraag kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 5 maart 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op deze aanvraag beslist. Na een ingebrekestelling op 8 maart 2022 en het verstrijken van de termijn, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Hoewel verweerder om een langere termijn van dertien weken vroeg vanwege het grote aantal aanvragen en de benodigde zorgvuldige behandeling, acht de rechtbank een termijn van elf weken na verzending van de uitspraak redelijk. De rechtbank wijst een dwangsom toe van € 100,- per dag bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 418,50. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen elf weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.