Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
artikel 3a van die wet;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 8 maanden;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 9 maart 2022 werd verdachte samen met anderen betrapt op het aanwezig hebben van circa twee kilo MDMA in Breda. De rechtbank baseerde haar oordeel op camerabeelden, boekingsgegevens van een hotel, verklaringen van medeverdachten en druggerelateerde berichten op de telefoon van verdachte.
De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de verklaringen van medeverdachten en stelde dat er onvoldoende bewijs was. De rechtbank oordeelde echter dat ondanks enkele inconsistenties de verklaringen ondersteund werden door andere bewijsmiddelen en dat verdachte geen aannemelijke verklaring gaf voor zijn gedragingen.
Verdachte gaf bovendien een kennelijk leugenachtige verklaring over het bij zich hebben van bagage. De rechtbank concludeerde dat verdachte wetenschap had van de drugs en medepleger was. Gezien de ernst van het feit en het ontbreken van eerdere veroordelingen werd een gevangenisstraf van acht maanden opgelegd, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht maanden gevangenisstraf met aftrek van voorlopige hechtenis voor medeplegen van het aanwezig hebben van twee kilo MDMA.