Uitspraak
1.De procedure
- het mondeling en schriftelijk antwoord;
- de conclusie van repliek met productie;
- de mondelinge dupliek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Shuttel B.V. vordert betaling van facturen voor brandstof geleverd via een mobiliteitskaart die op naam van het voormalige bedrijf van [gedaagde01] stond. [gedaagde01] betwist het bestaan van de overeenkomst en stelt dat zijn broer zonder toestemming de kaart heeft aangevraagd en gebruikt.
De rechtbank oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat de overeenkomst niet door [gedaagde01] is aangegaan. De bankmachtiging, het geregistreerde e-mailadres en woonadres bij de Kamer van Koophandel ondersteunen het vertrouwen in de aanvraag door [gedaagde01]. Hierdoor wordt aangenomen dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten en dat [gedaagde01] tekort is geschoten in de betalingsverplichting.
De gevorderde contractuele rente wordt afgewezen omdat niet is aangetoond dat deze was overeengekomen. In plaats daarvan wordt de wettelijke rente toegekend vanaf de vervaldatum van de facturen. Ook de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen conform de wettelijke normen. [gedaagde01] wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten, met een verklaring van uitvoerbaarheid bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde01] tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en incassokosten aan Shuttel.