ECLI:NL:RBZWB:2023:387
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- Peters
- Hertsig
- Tempel
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens kennissenrelatie met partij
In deze zaak diende een rechter een verschoningsverzoek in omdat hij de directeur van de gedaagde partij persoonlijk kende via zijn echtgenoot. Dit leidde tot een mogelijke schijn van partijdigheid. Het verzoek werd niet ter zitting behandeld, aangezien dat niet vereist is voor een verschoningsverzoek.
De rechtbank baseerde haar beslissing op de artikelen 36, 40 en 41 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechter moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Ook de uiterlijke schijn van partijdigheid is relevant.
De verschoningskamer oordeelde dat de omstandigheden voldoende grond boden om de schijn van partijdigheid te vermijden en wees het verzoek toe. De hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter, waarbij de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij indiening van het verzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is toegewezen vanwege de schijn van partijdigheid, waarna de zaak door een andere rechter wordt voortgezet.