Eiseres exploiteert een horeca-inrichting die in 2020 meerdere keren de coronamaatregelen heeft overtreden. De burgemeester legde daarop een tijdelijke sluiting op tussen 02:00 en 07:00 uur, aanvankelijk voor zes maanden, later beperkt tot drie maanden. Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelde in mei 2022 dat de burgemeester het besluit moest heroverwegen omdat de maatregel feitelijk pas meer dan een jaar na het besluit werd uitgevoerd. Bij het nieuwe besluit van juli 2022 handhaafde de burgemeester de sluitingstijden, maar de rechtbank concludeert nu dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de maatregel vanaf maart 2022 nog noodzakelijk was, nu de coronaregels waren versoepeld en de openbare orde, veiligheid en gezondheid niet meer in het geding waren.
De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en herroept ook het oorspronkelijke besluit van december 2020. Tevens veroordeelt zij de burgemeester tot betaling van de proceskosten en het griffierecht aan eiseres.
De uitspraak benadrukt dat bestuursrechtelijke maatregelen proportioneel en actueel gemotiveerd moeten zijn en dat het belang van openbare orde, veiligheid en gezondheid niet langer een tijdelijke sluiting rechtvaardigt wanneer de omstandigheden zijn veranderd.