Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2023 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.
[naam derde-partij]uit [plaatsnaam 2] (hierna: [naam derde-partij] )
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan een derde partij heeft verleend voor de nieuwbouw en verbouw van een distributiecentrum aan een adres in Tilburg. De vergunning betreft activiteiten die afwijken van het bestemmingsplan, met name het gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met dat plan.
De rechtbank verklaarde het beroep van een van de eisers niet-ontvankelijk omdat deze geen bezwaar had gemaakt. De overige beroepen werden ontvankelijk verklaard en inhoudelijk beoordeeld. De kern van het geschil betrof de omvang en hoogte van het bouwplan en vooral de parkeernorm. Het college had vastgesteld dat 140 parkeerplaatsen op eigen terrein nodig zijn, maar het bouwplan voorziet slechts in 81 plaatsen.
Hoewel het college aannam dat het tekort aan parkeerplaatsen acceptabel was op basis van een rapport waarin werd gesteld dat het aantal medewerkers beperkt is, oordeelde de rechtbank dat het college onvoldoende had onderzocht of het mogelijk was om alsnog aan de parkeernorm te voldoen. Dit is in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, waardoor het besluit werd vernietigd. De rechtbank wees een verzoek om nader onderzoek af en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunning vanwege onvoldoende onderbouwing van de parkeernorm en draagt het college op een nieuw besluit te nemen.