De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor poging tot verkrachting van aangeefster op 21 juli 2021 in Breda. De rechtbank baseerde haar oordeel op de verklaringen van aangeefster, getuigen, WhatsApp-berichten en de ontkenning van verdachte. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte met geweld heeft geprobeerd seksueel binnendringen tegen de wil van aangeefster.
Verdachte heeft meerdere keren seksuele toenadering gezocht, ondanks duidelijke afwijzing door aangeefster. Uiteindelijk gebruikte hij fysieke dwang door haar armen tegen het bed te drukken, met zijn knieën op haar benen te zitten en haar benen uit elkaar te trekken. De rechtbank concludeerde dat dit voldoende was voor een poging tot verkrachting.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de jeugdige leeftijd van verdachte, zijn gebrek aan verantwoordelijkheid en de psychische impact van het strafproces op hem. Verdachte kreeg een taakstraf van 200 uur en een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding voor materiële en immateriële schade. De rechtbank kende € 4.042,00 toe, inclusief wettelijke rente, en legde een schadevergoedingsmaatregel op met gijzeling als dwangmiddel bij niet-betaling.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten en bepaalde dat de straf wordt verminderd met het voorarrest. De uitspraak werd gedaan door mr. K. Verschueren, mr. E.B. Prenger en mr. R.J.H. de Brouwer op 30 mei 2023.