Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 30 december 2021 over het ongewijzigd voortzetten van haar WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist, ondanks een termijnverlenging en instemming van eiseres met uitstel tot 1 november 2022.
Eiseres heeft het UWV vervolgens ingebreke gesteld op 31 oktober 2022, waarna zij binnen twee weken beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond omdat het UWV nog steeds geen besluit heeft genomen.
De rechtbank beveelt het UWV om binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht van €50 en proceskosten van €418,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 8 juni 2023.