In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan de overschrijving van het kenteken van een Peugeot 407 op naam van gedaagde. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek wordt verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het gevorderde niet ongegrond of onrechtmatig is en wijst de vordering toe. Het vonnis krijgt dezelfde kracht als een verzoek van gedaagde zelf tot wijziging van de tenaamstelling, waardoor het kenteken direct op naam van gedaagde wordt overgeschreven.
Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en de kosten voor de overschrijving. Omdat partijen familie zijn, worden de proceskosten gecompenseerd zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.