ECLI:NL:RBZWB:2023:3928
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op bezwaren kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen definitieve beschikkingen en herbeoordelingen van kinderopvangtoeslag, waarop verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat eiseres tijdig ingebreke is gesteld, waardoor het beroep gegrond is.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken alsnog moet beslissen op de bezwaren. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van €15.000. De dwangsom geldt voor alle vier samenhangende bezwaarschriften als één geheel.
Verder moet verweerder het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres vergoeden. De rechtbank weegt mee dat het geschil licht van aard is en stelt de vergoeding op €418,50. De uitspraak volgt eerdere jurisprudentie en benadrukt het belang van een redelijke termijn voor besluitvorming.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.