ECLI:NL:RBZWB:2023:3930
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende bewijs en bouwwegoverlast
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op €587.000 op de waardepeildatum 1 januari 2020. De heffingsambtenaar handhaafde deze waarde en legde op basis daarvan de aanslag onroerendezaakbelastingen (OZB) en watersysteemheffingen op. De rechtbank behandelde het beroep en beoordeelde de aangevoerde taxaties en omstandigheden.
De heffingsambtenaar bracht een taxatierapport in dat rekening hield met de staat van de woning op de toestandsdatum 1 januari 2021, conform de Wet WOZ. Belanghebbende stelde dat de woning nog niet was afgewerkt en dat de bouwweg naast de woning overlast veroorzaakte, wat niet was meegenomen in de waardering. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, met name omdat de bouwwegoverlast niet was meegenomen.
Belanghebbende kon zijn lagere waarde van €515.000 niet aannemelijk maken, omdat zijn taxatie was gebaseerd op oudere vergelijkingsobjecten. De rechtbank stelde daarom schattenderwijs de WOZ-waarde vast op €550.000. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verminderd en het beroep werd gegrond verklaard. De heffingsambtenaar moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd naar €550.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.