ECLI:NL:RBZWB:2023:3934

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 juni 2023
Publicatiedatum
8 juni 2023
Zaaknummer
AWB- 23_2395
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 6:45 AwbArt. 8:54 AwbArt. 6.2 Wet hersteloperatie toeslagen
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij kinderopvangtoeslag

Eiser heeft op 29 juni 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, had uiterlijk op 29 december 2021 moeten beslissen, met een mogelijke verlenging van zes maanden tot 29 juni 2022. Eiser stuurde op 30 mei 2022 een ingebrekestelling aan verweerder, die deze ook ontving op die datum. Omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken, was de ingebrekestelling te vroeg verzonden.

Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het noodzakelijk dat een ingebrekestelling pas wordt verstuurd nadat de beslistermijn is verstreken, om ontvankelijkheid van het beroep te waarborgen. De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en dat zij het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 7 juni 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen indien zij het niet eens zijn met deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg verzonden ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2395

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juni 2023 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser

(gemachtigde: mr. C.H. Bijvank),
en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek (aanvraag) van 29 juni 2021 om herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep ontvankelijk?
3. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 29 juni 2021. Niet in geschil is dat verweerder binnen zes maanden moet beslissen op de aanvraag en deze termijn eenmalig met zes maanden kan verlengen. [2] Verweerder had uiterlijk op 29 december 2021 moeten beslissen, maar heeft de termijn op 1 december 2021 met zes maanden verlengd. Verweerder had dus uiterlijk op
29 juni 2022 moeten beslissen. Eiser heeft verweerder op 30 mei 2022 in gebreke gesteld en verweerder heeft de ingebrekestelling op 30 mei 2022 ontvangen. Op dat moment was de beslistermijn nog niet voorbij.
3.1.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van C.J.M. Hendrickx, griffier, op 7 juni 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Artikel 6.2, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen, voorheen artikel 49, negende lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.