ECLI:NL:RBZWB:2023:3939
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 10 september 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiseres op 13 maart 2023 verweerder in gebreke stelde. Na het verstrijken van de ingebrekestelling heeft eiseres beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn voor besluitvorming, primair tot 1 juli 2024, subsidiair twintig weken, vanwege de grote hoeveelheid aanvragen en de noodzaak voor zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht een termijn van negen weken na verzending van deze uitspraak redelijk en wijst een langere termijn af.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet het betaalde griffierecht van € 50,- vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 418,50 aan eiseres betalen. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een termijn van negen weken op voor besluitvorming en legt een dwangsom bij overschrijding.