Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 26 oktober 2022 en alle daarin reeds genoemde stukken;
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 9 maart 2023 en de bij die gelegenheid door beide raadslieden voorgedragen spreekaantekeningen.
2.Het geschil
3.De beoordeling
Als opdrachtnemer om welke reden dan ook geen beroep toekomt op de beperking van lid 2 van dit artikel, (…)”, terwijl uit het vorenstaande volgt dat [eiseres01] hierop wel een beroep toekwam, maar dat dit door haar eigen toedoen niet tot een verzekeringsuitkering heeft geleid. Ook een beroep op artikel 13 lid 4 sub a van Pro de MUV zou [eiseres01] niet hebben kunnen baten, nu de onderhavige schade geen gevolgschade betreft.
€ 1.196,00( 2 x tarief II onbep.w. ad € 598,-)