ECLI:NL:RBZWB:2023:3981

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 juni 2023
Publicatiedatum
9 juni 2023
Zaaknummer
02-001891-00
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38e SrArt. 45 SrArt. 287 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar wegens hoog recidiverisico

Betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Den Bosch in 2001 veroordeeld wegens poging tot doodslag en sindsdien onder tbs geplaatst. De tbs is meerdere malen verlengd, laatstelijk in 2021. De officier van justitie verzocht om verlenging van de tbs met twee jaar. De tbs-instelling adviseert deze verlenging vanwege de aanhoudende kernproblematiek en het hoge recidiverisico, mede door een incident in oktober 2022 waarbij betrokkene agressief was.

Tijdens de zitting op 2 juni 2023 werden de officier van justitie, betrokkene met zijn raadsman en de deskundige gehoord. De deskundige lichtte toe dat betrokkene vooruitgang heeft geboekt en de samenwerking met het behandelteam goed is, maar dat het resocialisatietraject nog niet kan worden afgerond. Het begeleid verlof is momenteel ingetrokken maar zal spoedig opnieuw worden aangevraagd.

De rechtbank oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging van de tbs zijn vervuld, namelijk het aanwezig zijn van een hoog recidiverisico voortvloeiend uit een ziekelijke stoornis. Gezien de chronische problematiek en het feit dat het resocialisatietraject naar verwachting meer dan een jaar zal duren, is een verlenging met twee jaar passend. De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de tbs-maatregel.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege met twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-001891-00
beslissing van de meervoudige kamer d.d. 2 juni 2023
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling van
[betrokkene01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1955,
thans verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum [tbs-instelling01] .
[betrokkene01] wordt hierna aangeduid als betrokkene.

1.De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie d.d. 18 april 2023, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: tbs) met twee jaar;
- het verlengingsadvies van Forensisch Psychiatrisch Centrum [tbs-instelling01] (hierna: de tbs-instelling) d.d. 7 april 2023, waarin wordt geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar.
- de wettelijke aantekeningen van de tbs-instelling van het derde kwartaal van 2021 tot en met het eerste kwartaal van 2023.

2.De procesgang

Bij arrest van het gerechtshof Den Bosch van 19 oktober 2001 is betrokkene wegens poging tot doodslag (artikel 45 Wetboek Pro van Strafrecht (hierna: Sr) en artikel 287 Sr Pro veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf en tbs .
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, Sr.
De tbs is op 11 juni 2002 aangevangen en is laatstelijk verlengd met twee jaar bij beslissing van 18 juni 2021 van deze rechtbank. De beslissing is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigd op 28 oktober 2021.
Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 2 juni 2023 is de officier van justitie, mr. L. den Braber, gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. Boskma, advocaat te Alkmaar. Voorts is de deskundige [GZ-psycholoog01] en hoofd behandeling, gehoord.

3.Het advies van de tbs-instelling

De tbs-instelling adviseert in haar verlengingsadvies de tbs te verlengen met twee jaar. De kernproblematiek die ten grondslag lag aan het indexdelict is nog actueel. Daarbij is er sprake van een hoog recidiverisico bij het wegvallen van het huidige tbs-kader. Betrokkene heeft sinds een incident in oktober 2022, waarbij betrokkene agressief is geweest naar een medewerker van de tbs-instelling, geen begeleid verlof meer. De vrijheden van betrokkene moeten opnieuw worden uitgebreid en de komende periode zal worden ingezet op het vergroten van de zelfcontrole van betrokkene en het verbeteren van zijn copingvaardigheden. Teneinde te komen tot een passend resocialisatieplan, is er nog geruime tijd nodig en derhalve is de verwachting dat het resocialisatietraject niet binnen twee jaar zal worden afgerond.
Ter zitting heeft deskundige [GZ-psycholoog01] het verlengingsadvies toegelicht en daaraan toegevoegd dat betrokkene vooruitgang heeft geboekt in de afgelopen twee jaar en dat de samenwerking tussen betrokkene en de medewerkers van de tbs-instelling over het algemeen goed gaat. Zij benadrukt dat de verloven van betrokkene goed gingen en dat de verloven, samen met de verlofmachtiging, zijn ingetrokken naar aanleiding van het incident in oktober 2022. Voor dat incident is betrokkene inmiddels veroordeeld en heeft hij een geheel voorwaardelijke geldboete gekregen. Het is nu maanden rustig rondom betrokkene en de nieuwe verlofmachtiging zal een dezer dagen worden aangevraagd. Als het begeleid verlof goed gaat, zal het verlof worden uitgebreid naar onbegeleid verlof. Daarna zal gezocht worden naar een vervolgplek, namelijk een instelling met intensieve begeleiding die de mogelijkheid biedt voor transmuraal verlof. Gelet op de chronische problematiek van betrokkene, die naar verwachting niet zal veranderen, wordt ingezet op het opbouwen van beschermende factoren rondom betrokkene, zodat hij kan leren spanning af te bouwen en incidenten kan voorkomen. Het opbouwen van deze beschermende factoren gaat met kleine stapjes en zal niet binnen een jaar lukken, nu eerder is gebleken dat betrokkene terugvalt in agressief gedrag wanneer veranderingen te snel gaan. Door de eerdere terugvallen in agressief gedrag, is nog niet inzichtelijk wat de draagkracht van betrokkene is, wat ertoe leidt dat wordt geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.

5.Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank en verzoekt om, gelet op de spanning die betrokkene heeft voor de zitting, direct uitspraak te doen.

6.Het oordeel van de rechtbank

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Uit het advies van de tbs-instelling en het verhandelde ter zitting blijkt dat nog steeds wordt voldaan aan dit wettelijke criterium. Gebleken is dat ook aan de overige vereisten voor verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is voldaan. De rechtbank is daarom van oordeel dat de tbs moet worden verlengd.
De rechtbank heeft gezien dat betrokkene, ondanks de incidenten die in de afgelopen periode hebben plaatsgevonden, wel stappen heeft gemaakt. De tbs-instelling constateert dat de samenwerkingsrelatie tussen betrokkene en het behandelingsteam sterk is verbeterd. De rechtbank stelt voorts vast dat de tbs-instelling op korte termijn een nieuwe verlofmachtiging zal aanvragen met de bedoeling opnieuw te starten met begeleid verlof. Als dat goed gaat zal worden toegewerkt naar onbegeleid verlof. Het resocialisatietraject zal naar verwachting meer dan een jaar in beslag nemen. Een verlenging met twee jaar is daarom passend.
Concluderend zal de rechtbank de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene verlengen met twee jaar.

7.De beslissing

De rechtbank wijst de vordering toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [betrokkene01] met twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos, voorzitter, mr. G.M.J. Kok en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. N.J.W. Claassen en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 juni 2023.