Uitspraak
1.[gedaagde01]
2.
[gedaagde02],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Sinds 21 maart 2022 bestaat een huurovereenkomst tussen eiser als verhuurder en gedaagden als huurders voor een zelfstandige woonruimte. Vanaf augustus 2022 tot mei 2023 betaalden de huurders de huur niet of te laat, ondanks sommatie en een betalingsregeling die niet werd nagekomen.
Eiser vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van achterstallige huur, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. Gedaagden erkennen de huurachterstand maar wijzen op persoonlijke omstandigheden en willen in de woning blijven.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand inmiddels bijna acht maanden bedraagt en wijst de vorderingen van eiser toe. Persoonlijke omstandigheden van gedaagden wegen niet op tegen hun betalingsverplichting. De huurovereenkomst wordt ontbonden met onmiddellijke ingang, gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en tot betaling van €10.218,72 aan achterstallige huur en kosten, vermeerderd met rente en gebruiksvergoeding tot ontruiming.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurders worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en kosten.