Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De feiten
Heden verzocht u mij om uw belangen te behartigen terzake uw geschil met [bedrijf] .
4.De beoordeling
€ 464,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert de advocaat ([eiseres in conventie]) betaling van declaraties voor verleende juridische diensten aan haar cliënt ([gedaagde in conventie]). De cliënt betwist de hoogte van de declaraties en stelt dat de advocaat tekort is geschoten door geen bodemprocedure te starten tegen een derde partij, waardoor belangrijke juridische stappen niet zijn genomen.
De rechtbank onderzoekt of de advocaat haar zorgplicht als opdrachtnemer heeft geschonden. De advocaat heeft uren gespecificeerd en onderbouwd, terwijl de cliënt slechts summier betwist dat de werkzaamheden zijn verricht. De rechtbank oordeelt dat de advocaat niet tekort is geschoten, ook niet door het niet expliciet aanvragen van een toevoeging, en wijst de vordering grotendeels toe, met aftrek van uren die niet onder de opdracht vallen.
De vordering van de cliënt tot schadevergoeding wegens het niet starten van de bodemprocedure wordt afgewezen. De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de hoofdeis grotendeels toe en wijst de reconventionele vordering af, met compensatie van proceskosten.