ECLI:NL:RBZWB:2023:404
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tot afsluiting doorgangspad nabij woning
Verzoeker heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda verzocht om een verkeersbesluit te nemen tot afsluiting van een doorgangspad nabij zijn woning. Dit verzoek werd op 24 januari 2022 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen een brief van het college, maar de rechtbank verklaarde zichzelf onbevoegd voor het beroep omdat de brief geen besluit was.
Verzoeker vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om het primaire besluit te schorsen, stellende dat er sprake was van een acute noodsituatie vanwege overlast door fietsers en scooters op het doorgangspad. De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening slechts kan worden getroffen bij onverwijlde spoed en onomkeerbaarheid van gevolgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het afsluiten van het doorgangspad een te vergaande maatregel is voor een voorlopige voorziening en dat het schorsen van het besluit niet tot het gewenste resultaat zou leiden. Daarom ontbrak het aan een voldoende spoedeisend belang. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot afsluiting van het doorgangspad wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.