ECLI:NL:RBZWB:2023:4065
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering bij tussentijdse beëindiging zonder opzegbeding
Eiser was in dienst als schilder met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 24 december 2022. Op 25 maart 2022 sloten eiser en werkgever een vaststellingsovereenkomst (VSO) waarin de arbeidsovereenkomst tussentijds werd beëindigd. Het UWV weigerde een WW-uitkering over de periode van 24 april 2022 tot en met 24 december 2022 omdat tussentijdse beëindiging zonder schriftelijk overeengekomen opzegbeding niet is toegestaan.
De arbeidsovereenkomst bevatte een clausule dat tussentijdse opzegging niet is toegestaan bij een duur van drie maanden of langer. De rechtbank oordeelde dat deze bepaling een standaardbepaling is en dat de arbeidsovereenkomst niet tussentijds mocht worden beëindigd. De stelling van eiser dat de partijbedoeling bij het sluiten van de VSO relevant is, werd verworpen omdat de wet en rechtspraak dit niet ondersteunen.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht het recht op WW-uitkering heeft geweigerd. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Eiser heeft geen recht op WW-uitkering wegens tussentijdse beëindiging zonder schriftelijk opzegbeding.