ECLI:NL:RBZWB:2023:4066
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid UWV-onderzoek naar gefingeerde dienstverbanden en WW-uitkering
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een WW-uitkering over de periode van 3 februari 2020 tot en met 2 mei 2020 vanwege vermeende gefingeerde dienstverbanden bij meerdere werkgevers.
Het UWV voerde een onderzoek uit naar deze dienstverbanden, waarbij onder meer bankafschriften en gegevens uit Suwinet werden geraadpleegd. Eiser stelde dat het onderzoek onrechtmatig was, dat zijn recht op privéleven was geschonden en dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom hij werd onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat de themaonderzoeker van het UWV als toezichthouder bevoegd was het onderzoek in te stellen en dat er een concrete aanleiding was voor het onderzoek. De stellingen van eiser over willekeur, etnische profilering en schending van artikel 8 EVRM Pro werden niet gevolgd wegens gebrek aan bewijs.
Verder concludeerde de rechtbank dat het UWV zijn standpunt voldoende had onderbouwd en dat eiser onvoldoende tegenbewijs had geleverd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van het UWV gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het UWV-besluit wordt ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.