Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 juni 2023 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser
het CBR)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser is sinds 1997 in het bezit van een rijbewijs en werd in 2021 twee keer aangehouden wegens rijden onder invloed van amfetamine, met bloedwaarden ver boven de wettelijke grens. Het CBR schortte daarop het rijbewijs en verklaarde het ongeldig na een psychiatrisch onderzoek dat misbruik aannemelijk achtte.
Eiser voerde in beroep aan dat hij geen structureel drugsgebruik pleegde, dat hij op 11 oktober 2021 niet onder invloed was maar Ritalin had gebruikt, en dat het psychiatrisch rapport onvoldoende gemotiveerd was. Ook stelde hij dat hij zijn rijbewijs voor werk nodig had.
De rechtbank oordeelde dat het bloedonderzoek en eigen verklaringen van eiser het gebruik van amfetamine bevestigen en dat Ritalin dit niet kan verklaren. Het psychiatrisch rapport was zorgvuldig en mocht aan het besluit ten grondslag worden gelegd. De belangenafweging kon geen uitzondering rechtvaardigen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het besluit van het CBR bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter Broeders op 14 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het CBR tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs wegens drugsgebruik wordt ongegrond verklaard.