ECLI:NL:RBZWB:2023:4102

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 juni 2023
Publicatiedatum
13 juni 2023
Zaaknummer
AWB- 22_669
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep wegens tegemoetkoming

Verzoekster stelde beroep in tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van haar Ziektewet-uitkering per 19 april 2021. Het UWV wijzigde dit besluit op 5 april 2023, waardoor verzoekster ongewijzigd recht behield op de Ziektewet-uitkering vanaf genoemde datum. Vervolgens trok verzoekster haar beroep in en verzocht de rechtbank het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat het UWV aan verzoekster was tegemoetgekomen door het besluit te wijzigen. Op grond van artikel 8:75a Awb was veroordeling in de proceskosten passend. De proceskosten werden vastgesteld op € 1.674,00, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht voor beroepsmatige rechtsbijstand.

Daarnaast overwoog de rechtbank dat het griffierecht van € 50,00 door het UWV vergoed dient te worden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb, waardoor een veroordeling daarvoor niet nodig was. De uitspraak werd gedaan door rechter R.P. Broeders op 14 juni 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.674,00.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/669 ZW
uitspraak van 14 juni 2023 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen

[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster,

gemachtigde: mr. L.A.M. van der Geld,
en
de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 27 december 2021 (bestreden besluit) van het UWV inzake beëindiging van haar uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) per 19 april 2021.
Bij besluit van 5 april 2023 heeft het UWV het bestreden besluit gewijzigd in die zin dat verzoekster met ingang van 19 april 2021 ongewijzigd recht heeft een ZW-uitkering.
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft bij brief van 7 juni 2023 aangegeven bereid te zijn de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand te vergoeden.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 5 april 2023 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 837,00 en een wegingsfactor 1).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 50,00 aan verzoekster dient te vergoeden, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.674,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van R.V. van Vliet, griffier, op 14 juni 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.