Partijen hadden een affectieve relatie die in juni 2021 eindigde, waaruit een minderjarige is geboren. De moeder heeft het eenhoofdig ouderlijk gezag, de vader streeft naar erkenning en een omgangsregeling. Diverse voorlopige omgangsregelingen zijn vastgesteld, waarbij de vader recht heeft op omgang met het kind op vaste dagen en tijden.
De moeder vordert in kort geding een wijziging van de omgangsregeling omdat de huidige tijden niet aansluiten bij het slaapritme van het kind, wat volgens haar leidt tot zorgelijk gedrag. De vader betwist dit en stelt dat het kind vrolijk is bij de omgang. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dat regelmatig contact belangrijk is en dat de huidige regeling passend is, hoewel de tijden niet perfect aansluiten bij het slaapritme.
De voorzieningenrechter oordeelt dat geen zwaarwegende omstandigheden zijn gebleken die een wijziging rechtvaardigen. De omgangsregeling blijft ongewijzigd, mede omdat het kind ook bij de vader slaapmomenten heeft. De proceskosten worden niet aan een van de partijen toegewezen. De bodemrechter zal verdere geschillen behandelen.