ECLI:NL:RBZWB:2023:4118
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslagen inkomstenbelasting en vernietiging boetes na ontbinding BV en pensioenaanspraak
Belanghebbende, woonachtig in Zuid-Afrika sinds 2002, voerde beroep aan tegen aanslagen inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen voor de jaren 2013 en 2015 opgelegd door de inspecteur. De kern van het geschil betrof de belastingheffing over een pensioenaanspraak en dividenduitkering na ontbinding van zijn BV.
De rechtbank oordeelde dat de BV in 2015 is ontbonden, niet in 2013, en dat de pensioenaanspraak in 2015 belast moet worden. Belanghebbende slaagde er niet in te bewijzen dat het pensioen al eerder was overgedragen. De waarde van de pensioenaanspraak werd vastgesteld op € 63.972. Daarnaast werd een dividenduitkering van € 640.925 belast tegen 10% tarief, conform het belastingverdrag met Zuid-Afrika.
De aanslagen en boetes over 2013 werden vernietigd omdat de correctie gebruikelijk loon verviel. De rechtbank wees het verzoek om een dwangsom af wegens onvoldoende bewijs van ingebrekestelling. Wel werd belanghebbende een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de inspecteur en Minister ieder een deel moesten betalen.
De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot betaling van proceskosten en griffierechtvergoeding aan belanghebbende. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt aanslagen 2013, vermindert aanslag 2015 en kent immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding redelijke termijn.