ECLI:NL:RBZWB:2023:4119
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen NiNbi-beschikking pensioen en WAO-uitkering 2019
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland sinds 2017, ontving in 2019 een pensioen en een WAO-uitkering uit Nederland. De inspecteur stelde een NiNbi-beschikking vast waarbij het niet in Nederland belastbaar inkomen op nul werd gesteld. Belanghebbende maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard.
De rechtbank beoordeelde of belanghebbende ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. Hoewel de inspecteur geen gehoor gaf, oordeelde de rechtbank dat dit gebrek niet tot nadeel van belanghebbende leidde, omdat er geen geschil bestond over de feiten die relevant zijn voor het niet in Nederland belastbaar inkomen.
De rechtbank bevestigde dat het pensioen en de WAO-uitkering onder het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland vallen en in Nederland belastbaar zijn. Klachten over andere aanslagen en toeslagen konden niet worden meegenomen omdat daartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt. Verzoeken om het horen van derden en toekenning van schadevergoeding werden afgewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, de NiNbi-beschikking blijft van kracht, en belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de NiNbi-beschikking 2019 wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft van kracht.