ECLI:NL:RBZWB:2023:4122
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen herziene NiNbi-beschikking over pensioen en AOW-uitkering
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een herziene beschikking Niet in Nederland belastbaar inkomen (NiNbi) voor het jaar 2018, waarin de inspecteur het NiNbi had vastgesteld op een negatief bedrag en het in Nederland belastbaar inkomen op het pensioenbedrag. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 3 mei 2023 en beoordeelt of het NiNbi te hoog is vastgesteld.
De feiten zijn dat belanghebbende in 2018 een ouderdomspensioen en een AOW-uitkering ontving vanuit Nederland. De inspecteur had belanghebbende aangemerkt als kwalificerende buitenlands belastingplichtige en het belastbaar inkomen vastgesteld op het pensioen minus zorgkosten. Later stelde de inspecteur vast dat belanghebbende niet als zodanig kon worden aangemerkt en legde een navorderingsaanslag op met een hoger belastbaar inkomen.
Tijdens de zitting kwam vast te staan dat het in Nederland belastbaar inkomen te laag was vastgesteld omdat de AOW-uitkering niet in Nederland belastbaar is maar niet was meegeteld. Hierdoor heeft belanghebbende zijn grieven tegen de NiNbi-beschikking laten varen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziene NiNbi-beschikking wordt ongegrond verklaard.