Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V. BETREFFENDE BEWUZT,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak tussen VGZ Zorgverzekeraar N.V. en [gedaagde01] heeft de kantonrechter een verzoek tot herstel van een eerder vonnis behandeld. De gemachtigde van VGZ stelde dat de proceskosten onjuist waren vastgesteld vanwege een te laag bedrag aan griffierecht.
De kantonrechter stelde vast dat er sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig hersteld kon worden op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De fout betrof de berekening van het griffierecht, dat in het oorspronkelijke vonnis te laag was vastgesteld.
Hoewel [gedaagde01] aangaf niet te kunnen en willen betalen, achtte de rechter dit geen reden om het herstel niet door te voeren. De proceskosten aan de zijde van eiseres werden daarom verhoogd van €369,74 naar €417,74, waarbij het griffierecht werd aangepast van €80,00 naar €128,00.
De verbetering wordt als onderdeel van het oorspronkelijke vonnis van 29 maart 2023 opgemaakt en als één geheel verstrekt. Het vonnis is gewezen door mr. Ponds en uitgesproken op 7 juni 2023.
Uitkomst: Het griffierecht in de proceskosten wordt hersteld en verhoogd van €80,00 naar €128,00, waardoor de totale proceskosten aan de zijde van eiseres stijgen naar €417,74.