Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 264,00(1 punt à € 264,00)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 24 augustus 2021 ontving de gedaagde een WhatsApp-bericht dat zogenaamd van haar zoon kwam, met het verzoek €3.931,80 over te maken. Zij betaalde dit bedrag op de bankrekening van eiser. Later deed zij aangifte van oplichting. De kantonrechter wees de vordering van gedaagde bij verstek grotendeels toe, waaronder de hoofdsom, wettelijke rente en kosten van rechtsbijstand.
Eiser stelde verzet in en betwistte onrechtmatigheid en verrijking, stellende dat hij niet de ontvanger was maar het geld doorbetaalde aan een vriend. De rechtbank oordeelde dat eiser onverschuldigd betaald had gekregen en dit bedrag moest terugbetalen. De vordering op grond van onrechtmatige daad faalde wegens onvoldoende onderbouwing.
De gevorderde kosten van rechtsbijstand van €544,50 werden niet toegewezen omdat deze kosten onder proceskosten vallen. Ook de wettelijke rente over deze kosten en over de verschenen rente in een bepaalde periode werden vernietigd. Het verstekvonnis werd voor het overige bekrachtigd. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt grotendeels bekrachtigd, maar de veroordeling tot betaling van kosten van rechtsbijstand en de daarbij behorende wettelijke rente wordt vernietigd.