Eiser kreeg op 22 juli 2022 een uitkering toegekend op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) met ingang van 18 mei 2022. Eiser maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en wilde bijstand vanaf 1 april 2022. Het college verklaarde dit bezwaar ongegrond op 26 september 2022. Eiser stelde beroep in, maar dit werd pas op 16 november 2022 ontvangen, na het verstrijken van de zeswekentermijn die op 7 november 2022 eindigde.
De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep en concludeerde dat het te laat was ingediend. Eiser voerde aan dat het ontbreken van een datum op het besluit en zijn gebrekkige kennis van het Nederlands de reden waren voor de vertraging. De rechtbank oordeelde dat dit geen verschoonbare omstandigheden waren, omdat eiser voldoende op de hoogte was van de termijn en hij een derde had kunnen inschakelen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en kwam niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de geschilpunten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Van de Sande op 15 juni 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.