ECLI:NL:RBZWB:2023:4236
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2020 en toepassing vertrouwensbeginsel
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020, waarin een nabetaling van een Wajong-uitkering is meegenomen als inkomen in 2020. De inspecteur heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de rechtbank heeft het beroep op 4 mei 2023 behandeld.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 3.146 van de Wet IB 2001 het belastbare inkomen wordt bepaald naar het jaar waarin het inkomen is ontvangen, in dit geval 2020, en dat het niet mogelijk is om de nabetaling toe te rekenen aan 2019. Tevens wijst de rechtbank het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat niet is komen vast te staan dat de inspecteur toezeggingen heeft gedaan die rechtvaardigen dat het inkomen over twee jaren gesplitst wordt.
De rechtbank erkent het gevoel van belanghebbende dat hij zich gestraft voelt, maar wijst erop dat eventuele schadevergoeding vanwege onjuiste UWV-beslissingen niet door de belastingrechter kan worden toegewezen. Het beroep tegen de belastingrentebeschikking wordt eveneens afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de aanslag en belastingrente blijven in stand en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2020 en de belastingrentebeschikking wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.