ECLI:NL:RBZWB:2023:4237
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen omgevingsvergunning voor aannemingsbedrijf met houtverkleiner
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aan een derde-partij verleende omgevingsvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een aannemingsbedrijf aan een adres in de gemeente Veere. Het geschil spitst zich toe op de geluidsvoorschriften, met name de handhaafbaarheid ervan in relatie tot het gebruik van een houtverkleiner (shredder) die volgens eiser veel geluidsoverlast veroorzaakt.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het college de vergunning heeft verleend op basis van een akoestisch onderzoek van Wematech, waarin is vastgesteld dat het verkleinen en zeven van groenafval incidenteel en beperkt plaatsvindt, met geluidsbelasting binnen de gestelde normen. De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft gekozen voor doelvoorschriften en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat middelvoorschriften noodzakelijk zijn.
Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het college niet onzorgvuldig heeft gehandeld door geen proefopstelling te laten uitvoeren voorafgaand aan de vergunningverlening, mede omdat het akoestisch onderzoek dit niet noodzakelijk achtte. De rechtbank vertrouwt op de toezeggingen van de derde-partij en het college dat de geluidsvoorschriften worden nageleefd en dat handhaving adequaat zal plaatsvinden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en griffier N.A. D’Hoore op 19 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.