ECLI:NL:RBZWB:2023:4268

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 juni 2023
Publicatiedatum
20 juni 2023
Zaaknummer
AWB- 23_2797 VV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:84 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening omgevingsvergunning kapvergunning

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes om een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van een boom. Vervolgens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.

Naar aanleiding van een e-mail van het college waarin werd meegedeeld dat het bestreden besluit zou worden ingetrokken, heeft verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar het college heeft niet gereageerd.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het college tegemoet is gekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening, maar het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen omdat verzoeker alleen vergoeding van het griffierecht heeft gevraagd en niet van andere kosten die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Bovendien blijkt uit de administratie van de rechtbank dat verzoeker het griffierecht niet heeft voldaan, waardoor vergoeding daarvan niet aan de orde is. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat verzoeker alleen griffierechtvergoeding vroeg en dit griffierecht niet heeft voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/2797

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 juni 2023 in de zaak tussen

[naam verzoeker], uit [woonplaats verzoeker], verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van het college van 6 april 2023 over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het kappen van een boom aan [adres] te [plaats] (bestreden besluit). Verzoeker heeft de voorzieningenrechter op 15 mei 2023 verzocht om een voorlopige voorziening.
In een e-mailbericht van 17 mei 2023 heeft het college de voorzieningenrechter medegedeeld dat het bestreden besluit zal worden ingetrokken.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken met daarbij het verzoek het college te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De voorzieningenrechter heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft hierop niet gereageerd.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskosten-veroordeling.
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Die wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is het college tegemoet gekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het college te veroordelen in de proceskosten van verzoeker af, omdat verzoeker niet heeft verzocht om vergoeding van kosten die op grond van het Bpb voor vergoeding in aanmerking komen. Verzoeker heeft namelijk alleen maar verzocht om vergoeding van het griffierecht.
De voorzieningenrechter wijst erop dat het college op grond van artikel 8:82, zesde lid, van de Awb het door verzoeker betaalde griffierecht van € 184,- kan vergoeden. Uit de administratie van de rechtbank blijkt echter niet dat verzoeker het griffierecht heeft voldaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier, op 20 juni 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.