Op 11 november 2021 werd verdachte samen met twee anderen betrapt bij het laden van vaten in een bestelbus die later gevuld werden met PMK, methylamine en een lage concentratie MDMA. Deze stoffen en apparatuur werden aangetroffen in een loods waar vermoedelijk een drugslaboratorium was gevestigd.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen MDMA aanwezig had en voorbereidingshandelingen voor de productie van MDMA pleegde. Het alternatieve scenario van de verdediging dat derden de goederen in de bestelbus zouden hebben geplaatst, werd niet aannemelijk geacht.
Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 315 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 120 uur. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met zijn beperkte rol, zijn justitieel verleden en een positief reclasseringsrapport dat begeleiding en training adviseerde.
De rechtbank legde bijzondere voorwaarden op, waaronder meldplicht bij de reclassering, deelname aan een gedragsinterventie, ambulante begeleiding en het behouden van dagbesteding. De opgelegde straf weerspiegelt de ernst van de feiten en de maatschappelijke impact van drugscriminaliteit.