ECLI:NL:RBZWB:2023:4274
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting voor gebruik met geschorst kenteken terecht opgelegd
Belanghebbende is houder van een auto met een geschorst kenteken gedurende meerdere perioden tussen juni 2020 en mei 2021. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op omdat op 5 april 2021 met de auto gebruik is gemaakt van de openbare weg terwijl het kenteken geschorst was.
Belanghebbende voerde aan dat de naheffingsaanslag onredelijk en onevenredig was, mede vanwege de korte gebruiksduur en persoonlijke omstandigheden zoals psychische problematiek. De rechtbank stelde vast dat het gebruik van de openbare weg met een geschorst kenteken onbetwist was en dat de Wet MRB voorschrijft dat naheffing plaatsvindt over vier aaneengesloten kwartalen, ongeacht de daadwerkelijke gebruiksduur.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht en over de juiste periode was opgelegd. Het beroep op schending van het evenredigheidsbeginsel slaagde niet omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond die het opleggen van de naheffing onredelijk zouden maken. Het beroep werd ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag bleef in stand en belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over de juiste periode.