ECLI:NL:RBZWB:2023:4280
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en verzuimboete wegens rijden met geschorste camper
Belanghebbende reed met zijn camper op 9 juli 2021 op de openbare weg terwijl het kenteken geschorst was, wat werd vastgesteld aan de hand van camerabeelden. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op over de periode van 27 september 2020 tot en met 3 september 2021, tezamen met een verzuimboete van €1.634. Belanghebbende voerde aan dat hij vooraf contact had gehad met de RDW en dacht juist te handelen, maar de rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was omdat de vrijstelling voor rijden tijdens schorsing alleen geldt op de dag van de APK-keuring, welke pas op 13 juli 2021 plaatsvond.
De rechtbank erkende dat de boete wettelijk terecht was opgelegd, maar dat belanghebbende niet volledig schuldloos was. Wel achtte de rechtbank de intentie van belanghebbende om correct te handelen aannemelijk, evenals het beperkte karakter van de overtreding en de financiële omstandigheden. Daarom werd de boete verlaagd naar €250. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de boete betrof, maar ongegrond voor de naheffingsaanslag. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van kennis van de regelgeving omtrent schorsing en APK-keuring en dat contact met de RDW geen vrijstelling geeft van de wettelijke bepalingen. De rechtbank motiveerde haar beslissing met verwijzing naar relevante wetsartikelen en jurisprudentie, en gaf duidelijke instructies over hoger beroep.
Uitkomst: Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting blijft in stand; verzuimboete verlaagd naar €250.