Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
- de mondelinge behandeling op 5 juni 2023,
- de pleitnota van [eiser01] ,
- de pleitnota van [gedaagde01] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn erfgenamen en deelgenoten in de nalatenschap van hun moeder. Er bestaat een geschil over de afwikkeling van de nalatenschap, waarbij eiser vordert dat gedaagde een bedrag voldoet aan de notaris en meewerkt aan de verdeling.
Eiser baseert haar vordering op artikel 3:171 BW Pro, stellende dat gedaagde gehouden is het bedrag te voldoen. Gedaagde voert verweer dat een vordering tussen deelgenoten niet via artikel 3:171 BW Pro kan, maar via de verdeling van de gemeenschap volgens artikelen 3:184 en 3:185 BW moet worden geregeld. Tevens ontbreekt volgens gedaagde het spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de uitzondering op de hoofdregel van artikel 3:171 BW Pro niet van toepassing is, omdat de vordering zich leent voor verrekening in de verdeling van de nalatenschap. Daarnaast is het spoedeisend belang onvoldoende onderbouwd, mede omdat gedaagde heeft toegezegd een eventueel tekort na verrekening te voldoen.
De rechtbank wijst daarom de vorderingen af en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.